Voeding is dé belangrijkste basis van een goede gezondheid.
 
Goede voeding voor de hond en kat is hoofdzakelijk rauwe voeding. Honden en katten hebben ‘levend voedsel’ nodig en dit betekent voornamelijk spiervlees, orgaanvlees en rauwe botten. Goed samengestelde rauwe voeding bevat de juiste eiwitten, vetten, bioactieve stoffen, mineralen, vitaminen en enzymen. Bovendien zitten er in rauwe voeding goede bacteriën en enzymen, deze zorgen voor een gezonde darmflora en een goede voedselvertering. Een lichaam met een tekort aan enzymen verteert zijn voedsel niet op een efficiënte wijze en verliest daardoor zijn weerstand. Het wordt een goed doelwit voor degeneratieve aandoeningen, infecties en overgewicht. 

   Foto: Kivo
Indien het lichaam alleen inferieur ‘dood voedsel’ (verhitte brokken) krijgt, kan het hier op den duur last van krijgen. Dit kan zich onder andere uiten in verminderde weerstand en tal van (chronische) aandoeningen. Meer dan 50 % van de honden en katten met huid- of maag/darmklachten verbetert aanzienlijk door enkel het voedingspatroon aan te passen en over te schakelen op (een gedeelte) rauwe voeding.

Honden en katten zijn van nature vlees eters
 
Door verschillende invloeden is de buitenkant van onze honden en katten drastisch veranderd, maar het spijsverteringskanaal is vrijwel hetzelfde als hun voorvader, de wolf/katachtigen. Honden en katten zijn carnivoren, vlees eters. Het gebit is geschikt om prooien mee te vangen (sterke hoektanden) en om vlees te scheuren (knipkiezen) en het maag/darmstelstel is dermate kort dat het geschikt is om vet en eiwit te verteren, welke veel in vleesproducten voorkomen. Goede voeding voor de hond en kat lijkt dus zoveel mogelijk op wat een wolf (of wilde katachtige) in het wild eet en dit zijn voornamelijk prooidieren (vlees). Dat is de voeding waar het lichaam op ingesteld is. 
 
Een hond is uiteraard geen wolf meer maar wel een roofdier. Honden eten zowel prooidieren en sinds ze in gezelschap met de mens leven, restjes die wij overlaten. Daarnaast eten honden soms ook een klein aandeel plantaardig materiaal; wortels, bessen, kruiden en een paarden- of geitenkeutel is vaak ook een lekkernij (voorverteerd groenvoer!). Grote hoeveelheden granen die in brokken voorkomen, zou een hond dus uit zichzelf nooit eten. 

Een kat is bij uitstek een roofdier en leeft wat ze kan vangen in de vrije natuur; vogeltjes, muizen. Katten zijn voor 100% vleeseters en het is dus ook niet logisch om katten uitsluitend brokken te voeren. Door een overmaat aan granen (die in veel brokken voorkomen) en te weinig vochtinname kunnen katten nier- en blaasproblemen krijgen. Als we dus onze honden en katten met name brokken voeren dan geven wij onze viervoeters onnatuurlijk voer en kan dit op termijn gezondheidsproblemen opleveren.   
 
Foto: Kivo